CD&V: Karin Brouwers

Si tous les dégoûtés s’en vont, il ne reste que les dégoûtants


Afbeelding

Karin Brouwers is 48 jaar en moeder van 3 dochters van 15 jaar, een drieling dus. Ze zit intussen al bijna 25 jaar in de gemeenteraad voor CD&V. Wie ze is en waar ze voor staat lees je vandaag en volgende week

(Celine Baeten)

Karin was 5 jaar fractieleidster en 9 jaar schepen. Aan haar periode als schepen van ruimtelijke ordening en jeugd (2001-2009) houdt ze erg goede herinneringen over: “Een fantastische periode, ik heb dat echt super graag gedaan.” In 2009 kreeg ze echter de kans om naar het Vlaams Parlement te gaan. “Ik heb er bewust voor gekozen om dat niet te combineren met het mandaat van schepen. Mijn kinderen waren toen natuurlijk ook nog een pak jonger, maar ik wil vooral mijn job als parlementariër zo goed mogelijk doen en een mandaat als schepen in een stad als Leuven is gewoon meer dan een fulltime job.” Toch mist Karin bepaalde aspecten van haar functie als schepen: “Het is concreter en dichter bij de mensen. Je gaat vaker een lintje knippen en eens ergens spreken. Zo krijg je reactie en dat is heel tof! Het is veel dynamischer en een minder zittend beroep. Je moet vaak eens ter plaatse gaan kijken en in het weekend ga je ook naar activiteiten enzovoort. Ik probeer dat wel te blijven doen en mijn contact met de Leuvenaar niet te verliezen.”

Leuvense in hart en nieren

Karin is geboren en getogen in Leuven en vindt het een fantastische stad: “Het centrum van de stad is gewoon geweldig. Als je bijvoorbeeld via het Eikstraatje naar het stadhuis wandelt en ’s morgens de zon op het stadhuis valt.. Dat is gewoon prachtig.” Na haar studie rechten woonde ze bij haar ouders in Korbeek-Lo. In 1976 werd een deel van Korbeek-Lo bij Leuven gevoegd. “Die fusies waren een heel moeilijke operatie,” aldus Karin. “Korbeek-Lo had sinds die fusie nooit meer een gemeenteraadslid gehad. Ze voelden zich daar dus wat uitgesloten. En dan zoveel jaar later, in 1988 bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik mijn kans gewaagd.” Karin herinnert zich haar allereerste campagne nog goed: “Ik ben gewoon in mijn wijk alle huizen afgegaan. Veel mensen kenden mij al omdat ik er al lang woonde en ik bij de scouts was geweest.” Karin stond ergens helemaal onderaan de lijst, maar raakte toch verkozen: “Ik stond op de 38e plaats geloof ik, maar geraakte toch verkozen en sindsdien is dat zo blijven duren. Het is toch een microbe dat in je lijf zit en je aangetast heeft. Dat krijg je moeilijk weg.” Hoewel Karin de politiek niet met de paplepel ingebracht gekregen heeft, was ze altijd al maatschappelijk geëngageerd. Eerst in de scouts, later bij CDS, de Christendemocratische Studenten. “Mijn vrienden bij CDS kwamen allemaal op voor de gemeenteraadsverkiezingen en ik dacht: “wat zij kunnen, kan ik ook.” Aan die eerste campagne heeft Karin erg goede herinneringen: “Het was nog een echt onbezoedelde campagne, heel idealistisch ook. Nu ben ik wel realistischer geworden. Iedereen begint heel idealistisch, en zo moet het ook, maar je wordt wel realistischer.”

Traagheid

Toch vindt ook een gedreven politica als Karin Brouwers dat de stiel een aantal nadelen heeft. “In de politiek duren bepaalde dingen geweldig lang. Daar erger ik me wel eens aan,” vertelt ze. “In het Vlaams Parlement gaat alles nog trager. Lokale politiek levert iets sneller concreet resultaat op. Als er bijvoorbeeld de aanleg van een nieuw speelpleintje goedgekeurd wordt op de gemeenteraad stel je een architect aan en volgend jaar is dat pleintje er. In het Parlement duurt alles veel langer.“ Maar Karin geeft toe dat die traagheid inherent is aan ons politiek systeem: “Je moet met coalities werken hé. Dan kan je elkaar wat in het oog houden, maar dat maakt alles veel moeilijker en dus ook trager. Ik ben echt blij dat we hier in Leuven maar met 2 partijen besturen en dus maar 2 verschillende visies moeten verzoenen.”

 

Politiek, een hondenstiel?

“Ik heb er al wel aan gedacht om ermee te stoppen. Dat is vooral als ik me onrechtvaardig behandeld voel. Maar dat is in die 25 jaar geen 5 keer gebeurd hoor. Bij de verkiezingen van 1994 bijvoorbeeld wel. Ik had toen heel veel stemmen gehaald en toch mocht ik geen schepen worden. Ik ben dan uiteindelijk wel fractieleider kunnen worden. Op zo’n momenten zei ik wel eens tegen mijn man dat ik een gewone job zou gaan zoeken. In die periode heb ik ook mijn drieling gekregen. Dat was dus ook op persoonlijk een zware periode. Toen heb ik bij de partij kunnen afdwingen dat de stemmen doorslaggevend zouden worden. Ik zei dat ik mij niet meer zou smijten in een campagne en er al mijn avonden in zou steken om dan aan de kant geschoven te worden. Het heeft zijn vruchten afgeworpen. In 2001 ben ik schepen geworden,” lacht ze. “Ik ben alleszins blij dat ik nooit gestopt ben. Er bestaat een mooie Franse spreuk over: Si tous les dégoûtés s’en vont, il ne reste que les dégoûtants. Het is misschien niet mooi om het zo uit te drukken, maar zo is het wel. In elke partij zit het kaf tussen het koren. En dat is uiteraard niet alleen in de politiek zo, maar ook in bedrijven.

Volgende week lees je Karins visie op de stad.

Laat een antwoord achter...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s