Interview met Jo Claes, Leuvens misdaadauteur

We ontmoeten elkaar op het terras van de Gambrinus, het favoriete adresje van Thomas Berg. In de boeken van Jo Claes komt de hoofdinspecteur hier vaak een espresso drinken om de lopende moordzaak te overdenken.  De ober begroet Jo hartelijk, die  – hoe kan het ook anders- een espresso bestelt.

(Eveline Matthysen)

Foto: Ushi Claes

Wie is Jo Claes?

Jo Claes is een Vlaams auteur die woont en werkt in Leuven.

  • Werkt ook als leerkracht Nederlands en Engels (secundair onderwijs) in het Heilig-Hartinstituut te Heverlee.
  • Staat bekend om zijn uitgebreide kennis van de Bijbel.
  • Begon in 2008 aan een reeks misdaad-romans rond de fictieve hoofdinspecteur Thomas Berg.
  • De stad Leuven heeft een prominente rol in deze reeks. Claes verwerkt in zijn verhalen altijd vergeten pareltjes uit het Leuvense.
  • Op 22 maart verschijnt het zesde boek in deze reeks Getekend Vonnis

Centraal in uw boeken staat de stad Leuven. Als je leest kan je zo alle straten meelopen met de personages. Ook een aantal locaties waar moorden plaatsvinden zijn zeer herkenbaar. Is hier nooit reactie op gekomen? Ik denk dan in de eerste plaats aan uw boek Het oog van de Naald waar een moord gebeurt op het Heilig-Hartinstituut, de school waar u zelf lesgeeft. Is er geen commentaar van de directie gekomen?

Nee, maar de voltallige directie was wel aanwezig op de boekvoorstelling. Ze waren er niet helemaal gerust op : wie weet wat had ik niet allemaal in dat boek geschreven? ( lacht). Maar achteraf heb ik er enkel positieve commentaar op gekregen. Ik heb dan ook écht op eieren gelopen wat betreft namen, beschrijving van het uiterlijk van personages… Toch heb ik enkel positieve reacties gekregen, het gaat zelfs zo ver dat ze mij gevraagd hebben om een rondleiding te geven door de kelders van de school.

“Die werken aan de Fochplein zijn bij mij zwaar in het verkeerde keelgat geschoten.”

U laat vaak terloops duidelijk uw mening blijken over dingen die u storen  in de stad zoals bijvoorbeeld in uw laatste roman tot de dood ons scheidt over de werken aan het Fochplein.

Die werken aan de Fochplein zijn bij mij zwaar in het verkeerde keelgat geschoten. Ik hou van deze stad, ik woon er nu 40 jaar. We hebben al veel verloren in de twee wereldoorlogen en als ik dan zie hoe er wordt omgegaan met het patrimonium dat we nog hebben…

Is daar dan nooit reactie opgekomen vanuit de stad?

Nee, dat nooit. Ik hoor af en toe wel eens iets van gidsen: ze zeggen dan je hebt groot gelijk, dat vinden wij ook, er moet dringend iets veranderen,.. Maar ik heb  nooit van de oppositie noch van Louis Tobback iets gehoord. Hij kent mij nochtans, hij heeft mijn eerste boek ingeleid. Ik heb me zelfs laten vertellen dat zijn vrouw een fan is van mijn boeken (lacht).

Het valt op dat niemand met naam en toenaam genoemd wordt. Het gaat altijd over ‘de burgemeester’ , ‘ de rector’. Dat lijkt mij een bewuste keuze.

Ja, dat is inderdaad een bewuste keuze, om verschillende redenen. Enerzijds vind ik dat die naam er weinig toe doet, en  anderzijds als meneer Tobback – en ik wens hem dat absoluut niet toe – morgen doodvalt dan staat daar nu ‘ meneer Tobback’ terwijl er al een andere burgemeester is . Je dateert zo je boek zonder dat dat nodig is. Ik heb het ook altijd meer over de functie en niet over de persoon in kwestie.

Er worden ook heel veel horecazaken genoemd met naam en toenaam zoals bijvoorbeeld de Gambrinus. Komen daar positieve reacties op ?

Ja, ik hoor daar af en toe wel iets van. Ze kennen mij hier nu ook bij naam ( lacht).Waarom doe ik dat, niet om reclame te maken maar het verhoogt wel het realiteitsgehalte van de serie.

“Ik heb mijn uitgever verboden om ‘ literaire thriller’ op de cover te zetten. Volgens mij is dat een contradictio in terminis.”

Misdaadromans hebben meestal niet zo’n goede reputatie qua literair gehalte. Ik moet zelf ook bekennen dat ik niet echt fan ben van het genre. Uw boeken onderscheiden zich op dit vlak vind ik door de vele verwijzingen naar mythologie, iconografie en de Bijbel. Ook uw personages zijn stuk voor stuk belezen en intellectuele mensen. Vindt u dit aspect belangrijk?

Ja, ik heb eerst non-fictie boeken geschreven en ik was ook niet belezen in het genre. Ik heb zoals iedereen in zijn jeugd natuurlijk wel eens een Agatha Christie gelezen maar daar bleef het dan bij.

Ik wil het op z’n Engels doen. In de Nederlandstalige literatuur wordt er een heel groot onderscheid gemaakt tussen literatuur met een grote L en misdaadboeken. En dan zet de uitgever daar op om de zaak te doen verkopen ‘ literaire thriller’. Ik heb de mijne verboden het erop te zetten, ik wil dat er niet op.  Volgens mij is dat een contradictio in terminis. Bij mij moet erop staan ‘ misdaadroman’. Dat wil dus zeggen dat  ik romans wil schrijven die stilistisch en psychologisch op niveau zijn die ook verder gaan dan gewoon een onderzoek van een moord of wat dan ook. Ik wil romans schrijven met alle kenmerken van het genre waarin een misdaad gebeurt. Ik vind dat het meest gelukt in het laatste boek. Dat is ook het meest literair. Die eerste twee, dat geef ik eerlijk toe.. Het duurt toch even voor je dat genre in je vingers hebt.  Maar bij het laatste boek wist ik al van heel in het begin: dit komt allemaal op zijn pootjes terecht.

Ik zal op die manier misschien niet het typische thrillerpubliek aantrekken maar ik krijg wel positieve reacties. Ik hoor zo geregeld mensen die me zeggen ‘ ik lees nooit misdaadromans behalve de jouwe’ . Dus dan is dat mijn publiek.

Waarom hebt u besloten de stap naar dit genre te zetten? U hebt vroeger een aantal werken geschreven rond mythologie en de bijbel.

Dat is eigenlijk begonnen met een weddenschap op vakantie met mijn dochters. We zaten te aperitieven en één van hen merkte op dat 80% van de mensen die zaten te lezen rond het zwembad, misdaadromans lazen. En dan zei er iemand: probeer jij dat ook eens. Ik zei eerst van nee, ik ben geen misdaadlezer, ik heb er nooit aan gedacht om dat te schrijven.  En zo ging de discussie dan verder ‘ ja maar wil je het niet of kan je het niet?’ En uiteindelijk hebben we dan gewed voor een fles Veuve Clicquot. Ik kreeg ook enkele handicaps mee: het moest zich in Leuven afspelen, het moest zo geschreven zijn dat er een vervolg op kon komen en het moest binnen het jaar gepubliceerd worden. Ik heb die weddenschap gewonnen en tot mijn eigen verbazing deed ik dat enorm graag. Het genre dat lag mij en ik kreeg heel veel goeie respons. En ondertussen verschijnt nummer 6 in Maart.

Waar gaat het volgende boek over?

In maart verschijnt Getekend vonnis die zich zal afspelen in de stripwereld. Ik wou al langer iets doen rond strips  en nu is het er eindelijk van gekomen.

 

Binnenkort op LeuvenXL: de recensie van Getekend Vonnis

 

1 thought on “Interview met Jo Claes, Leuvens misdaadauteur”

Laat een antwoord achter...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s