Sp.a: beleid

“Ik begrijp de commotie niet”

Foto badge Bieke

 

Vorige week kregen we de vrouw achter de politica te zien. Vandaag zoomen we in op het beleid. Hoe zit het nu echt met de “strijd tegen de gemeenschapshuizen”? Wat vindt Bieke Verlinden van het imago van “keizer” Tobback en hoe zal ze haar kindvriendelijk beleid in de praktijk omzetten?

(Lore Gillekens)

U wil van Leuven een kindvriendelijke stad maken, maar ook Leuven kent een nijpend tekort aan kinderopvangplaatsen, hoe wilt u dit probleem concreet aanpakken?
In eerste plaats kijken we naar optimalisatie. Waar zijn de mogelijkheden om samen te werken, welke financiële implicaties heeft dat? Natuurlijk zijn we voor kinderopvang ook afhankelijk van hogere overheden voor subsidies. Als de stad die zaken alleen moet financieren, zal er weinig veranderen de komende zes jaar. We moeten ons eigen kinderopvangaanbod optimaliseren, maar ook inzetten op het vergaren van middelen en samenwerken met private partners.

Kindvriendelijk beleid betekent ook het autoluw maken van de stad, maar wat met de bussen? Het P. De Somer plein wordt door velen als een autosnelweg voor bussen voorgesteld.
Het is de bedoeling dat de ring op termijn ontsloten wordt. Nu rijden de bussen maar langs één kant, als ze langs twee kanten zouden rijden, moeten veel bussen niet langer door het centrum. Eigenlijk is het ook de bedoeling dat die grote, vervuilende bussen de stad niet meer in rijden. Die zouden vervangen worden door kleinere, propere, op aardgas of op elektriciteit rijdende bussen. Maar er moet wel een alternatief zijn. We willen die bus uit het centrum, maar die bussen zitten wel altijd vol. Wat wil je dan? Het gaat om verschillende belangen. Als je de bussen wil afschaffen moet je wel een alternatief hebben voor al die mensen die de bus nemen.
Ook hier zijn we afhankelijk van andere partijen, zoals De Lijn. We kunnen niet zomaar bepalen waar er haltes komen en hoe de bussen rijden. Daar zijn middelen aan verbonden en die middelen zijn niet altijd voor handen. Die samenwerking is er en we zitten ook in de overlegorganen. Maar niet al onze adviezen worden zomaar “klakkeloos” gevolgd. We hebben grote wensen en plannen, maar we hangen af van de “goodwill” en de intenties van onder andere De Lijn. Dat is iets van lange adem, we moeten beseffen dat die plannen niet voor morgen zijn.

Hoe proberen jullie de burgers inspraak te geven? Hoe verloopt interactie?
We hebben een cel wijkwerking. Dat valt onder mijn bevoegdheden. Daar hebben we wijkmanagers die ter beschikking staan. Mensen met goede ideeën kunnen dat altijd melden. We voorzien middelen en niet zomaar het geringste aantal. Ik denk dat je tot 20 000 euro kan krijgen van de stad om een bepaald project te realiseren in je wijk of straat. Dat kan gaan van openbare barbecues tot het verbreden van de stoep om daar een bankje te zetten of een boom te plaatsen.
Maar daarnaast zijn er de grote projecten. Ook daar proberen we altijd inspraakmomenten te voorzien. Het Sint-Lambertusplein in Heverlee vormt een mooi voorbeeld van zo’n participatietraject. Er is een heel mooi speelplein gebouwd. Alle scholen en buurtkinderen zijn een eerste keer op het terrein uitgenodigd geweest. De manier waarop de kinderen speelden werd geobserveerd. Ze zagen dat bepaalde bomen zeker moesten blijven staan omdat de kinderen daarin gingen klauteren. De kinderen mochten ook aangeven welke toestellen ze leuk zouden vinden, of op welke heuvels ze zouden spelen. Dat is helemaal tot stand gekomen op de manier waarop de kinderen het park zagen.
Er gebeurt dus heel wat aan participatie hoewel de perceptie helemaal anders zit. Dat heeft natuurlijk te maken met de karikatuur van onze burgemeester die het geheel overvleugeld.

Dus u bent het niet eens met de kritiek dat Louis Tobback meer en meer als een alleenheerser over Leuven regeert?
Neen, integendeel. Dat is een perceptie. De man heeft al heel veel verwezenlijkt, samen met de ploeg die al 18 jaar aan het bestuur is. Dat is zoals een bedrijf. Een bedrijf draait niet alleen door de CEO, er staat een hele ploeg achter. Maar je hebt een uithangbord nodig. Hij is natuurlijk het uithangbord van de stad. Het is niet voor niets dat ze spreken van Tobbackville. En dat is ook maar goed. Zo kaapt hij de aandacht weg en kunnen de anderen in stilte hun zaken verwezenlijken. Hij bezit de kunst om de aandacht naar zich toe te trekken, waardoor de anderen rustig aan beleid kunnen doen. Het heeft zijn voor- en nadelen.

Vorige week ontstond er heel wat commotie na een artikel in Veto over de strijd van het Leuvense stadsbestuur tegen studenten die samenwonen in een gezinswoning, wat vindt u hiervan?
Ik begrijp de commotie niet helemaal. Het gaat over het verdedigen van de betaalbaarheid van woningen in het algemeen. Ook voor de studenten.
De prijzen van de eengezinswoningen swingen de pan uit. Voor een gewone woning met drie slaapkamers,  vragen ze al makkelijk 300 à 350 000 euro. Meestal ben je nog 100 000 euro extra kwijt aan verbouwingswerken. Wie kan dat betalen? Bij mijn weten zijn er geen jonge gezinnen die dergelijke sommen op tafel kunnen leggen. Tenzij ze steun krijgen van thuis. Dat wil zeggen dat het stilaan onmogelijk wordt om in Leuven nog iets betaalbaar op de kop te tikken. Waarom? Omdat er zoveel speculanten op de markt zitten. Het aantal studenten blijft stijgen, waardoor de druk op de gezinswoningen te groot wordt. Gezinswoningen worden niet meer gezien als gezinswoningen, maar als een potentiële “kassa kassa”. Wij willen dat een halt toeroepen. Je mag niet zomaar je woning opdelen. Als je kamers wil maken in je huis heb je daarvoor een bouwvergunning nodig. Die leveren we nu niet meer af. Je mag geen gezinswoning meer omtoveren tot een studentenwoning.
Waarom zijn er strikte maatregelen? Ten eerste, de veiligheid van een kot en ten tweede het comfort. We willen daarnaast ook controle krijgen over de markt. Waar zitten de studenten? Zijn er grote tekorten? Dat houdt in dat we samen met partners, vooral de KULeuven, zorgen voor studentenvoorzieningen. Maar dan niet meer in gewone woningen omdat alle huizen opgevreten worden door studenten.
Wil dat zeggen dat we tegen het samenwonen an sich zijn? Nee, zeker niet. Ik begrijp ook dat mensen die werken goedkoop willen samenwonen. Maar we zien vaak vijf studenten die samen een huis huren en zeggen: “wij wonen samen”. Daar is dan niemand gedomicilieerd, ze vormen geen hecht gezin, het gaat dus om een studentenwoning. Wanneer één iemand een huis huurt en daar samenwoont met studenten, ben je illegaal je huis aan het onderverhuren en zijn de veiligheidsmaatregelen niet in orde. Dan weten we niet dat daar studenten zitten. Het is een plan dat stoelt op drie pijlers: betaalbaarheid, veiligheid en controle van de markt.

Zal het aanbod de vraag kunnen bijhouden als de studenten niet langer in gezinswoningen mogen wonen?
We kunnen de nood goed inschatten. De KULeuven kent het aantal ingeschreven studenten. We weten ook hoeveel procent op kot zit. We maken ons sterk dat door het inplanten van die bijkomende studentenvoorzieningen de nood gedekt is. Het zijn vaak de speculanten op de markt die het gerucht de wereld insturen dat er een tekort is. Daardoor zie je ouders die ongerust zijn en vanaf april, mei beginnen rond te speuren naar een studentenwoning. Of als ze beter bemiddeld zijn woningen beginnen op te kopen voor zoon- of dochterlief. Ondertussen gaan ze dat ook onderverhuren aan andere studenten omdat het dan zichzelf afbetaald. Dat kan niet meer.

Is er dan helemaal geen mogelijkheid meer voor studenten die het beu zijn om alleen op een kamertje te zitten en liever samenwonen?
Er zijn nog altijd woningen waar er kamers voorzien zijn. Er zijn ook bepaalde gemeenschapswoningen waar het huisreglement anders is. Maar inderdaad, het zomaar verhuizen naar een woning zal niet langer mogelijk zijn.
De woningen die er zijn en die ooit vergund geweest zijn, gaan we niet zomaar kunnen omschakelen. Maar een woning op de markt inpikken van een jong gezin of oudere mensen, dat zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Tenzij ze zich inschrijven en een gezin vormen. Of één of andere nieuwe samenlevingsvorm hebben. Maar dan moet je je inschrijven, belastingen betalen en inwoner zijn van Leuven.

Dus pas afgestudeerden die beginnen werken en zich domiciliëren kunnen wel samenwonen?
Ze moeten zichzelf zien als gezin. In die zin dat ze samen ook werkelijk de frigo delen en dat er niet op één schap van de frigo Katrien staat en op het andere Jill. Als je het weer begint op te delen, is dat illegaal opdelen. Je moet echt samenwonen.

Valt dat wel te controleren?
Ja, daar zijn controles op. Als je ziet dat alles onderverdeeld is, dan is dat hetzelfde als een studentenwoning. Vaak zeggen mensen dat ze samenwonen omdat het anders niet betaalbaar is. Maar dan huren ze woningen van meer dan 1500 euro. Dat is eigenlijk ook niet betaalbaar. Doordat je met meer mensen samenwoont, kunnen er meer geldbeugels aangesproken worden en geef je de verhuurders vrij spel om te vragen wat ze willen. Door dit te doen zorg je ervoor dat het voor de toekomstige generaties onbetaalbaar wordt. Eigenlijk moet iedereen in Leuven dit een halt toeroepen. Ook de studenten.

Wat vindt u van de kritiek van LOKO op de intentieverklaring van de stad Leuven? Volgens LOKO worden de studenten bijna doodgezwegen en is er een gebrek aan een duidelijke visie?
Huisvestingsproblematiek is toch iets dat de studenten aangaat. De voorbije gemeenteraden zijn we bijna uitsluitend daarmee bezig geweest. Ons dan verwijten dat we niet met studenten bezig zijn, vind ik een vreemde vaststelling.
Daarnaast blijf ik zeggen dat we een integraal beleid volgen. Ik vind het trouwens heel straf dat LOKO vraagt: leg ons een beleid op. Stel u voor dat ik dat zou doen en afstap van de integrale visie. Mobiliteit, reinigingsdienst, cultuur, sport, dat zijn allemaal verschillende beleidsdomeinen. Moet ik dan onder elk domein een stuk studentenbeleid voorzien? Moeten we dan zeggen: “reinigingsdienst, vanaf nu mogen jullie maar 9 of 10 keer per jaar in functie van de studenten uitrukken?” Dat is een beleid, dat kan. Nee, dat willen we niet. Wij vinden dat de stad er altijd proper moet bij liggen, of het nu het braaksel van de studenten is dat moet opgekuist worden of de vuilzakken van de Leuvenaars. We voeren een integraal beleid.
Als het over student specifieke zaken gaat, zullen we vooral het overleg promoten. Zeggen dat er niets gedaan wordt voor studenten, is een beetje uit de context gerukt. We hebben bijvoorbeeld een studentenflik die het uitgaan mogelijk maakt. We hebben het Depot gebouwd. Dat is voor de Leuvenaars, maar ook de studenten pikken daar hun graantje mee. Museum M is er gekomen waardoor studenten de mogelijkheid hebben rijke cultuur te verkennen. Ook in sportcomplexen krijgen studenten kortingen. De studentenwelkom, studentenbrochures… In de intentieverklaring focussen we op huisvesting, we willen vooral inzetten op betaalbaarheid. Ik dacht dat dit iets was waar ook studenten van wakker lagen. Maar blijkbaar is dat dan geen beleid. Ik weet niet wat de intenties van LOKO op dat vlak zijn. Maar ik veronderstel dat het goed zit. Dat ze de hand willen uitreiken voor nog meer overleg. Ik zie dat niet als een aanval.

Nog een luchtigere afsluiter: wat is je favoriete plek in Leuven?
Ik heb er meerdere. Ik ga graag iets drinken in Opek of in het Stuk. Museum M vind ik ook heel leuk. Het provinciaal domein om te wandelen met de kinderen of bij de abdij van het park. Je hebt zoveel leuke plekken. Ik denk dat ik de abdij van het park een van de fijnste plekken vind om te vertoeven. In de natuur en toch dicht bij de stad.

Laat een antwoord achter...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s