Column: Oude liefde roest

Nu de lente hopelijk start, haalt ze haar fiets weer van onder het stof. Of toch maar niet? Onze columniste van dienst over het huwelijk tussen de fiets en Leuven.

(Li’s Verheyden)

Best friendsFiets Leuven
Ja, ik beken. Ik hield van fietsen. Toegegeven, het was geen liefde op het eerste gezicht. Maar eens ik me door de vallen-, opstaan-, wenen- en “mama, ik ga míjn kinderen nooit leren fietsen”-fase had geworsteld, kon onze liefde voor elkaar beginnen groeien. En groeien deed ze. Gepakt en gezakt het hele land en buitenland doorkruisen. Dagelijks door de velden naar school fietsen, op de zwaarste vitesse. Elk seizoen zien passeren. De snijdende winterse koude en de warme zomerse bries. Door weer en wind -behalve als het regende, en sneeuwde.- Oh ja, ik hield van fietsen. En een tijd lang dacht ik dat niemand ooit tussen ons zou komen staan. Best friends forever.

Fietsofiel
Tot september 2007 aanbrak. Plots en onverhoeds. Ik zie me nog stralend met mijn nieuwe roestige ros thuiskomen. Een fiets die stiekem nog fantastisch reed maar er zo krammikelig uitzag dat geen enkele potentiële dief het in zijn slinkse hoofd zou halen hem te stelen. Ik was klaar voor mijn eerste studentenstapjes in Leuven. Leuven, dé fietsstad bij uitstek. Leuven, dé place to be voor elke fietsofiel. We reden er opzettelijk verloren en leerden onze weg terug te vinden. Hand in hand. Fiets en ik. Onafscheidelijk waren we, die eerste weken. Zelfs een eerste boete kon ons niet stoppen.

Beklemd
Maar toen besloop dat gevoel me, dat verdomde gevoel. Ik voelde me… beklemd. Voordien waren we altijd samen en zo vrij als een vogel. Maar ineens voelde ik mij vastgezet. Grote wit-gele accordeongedrochten kwamen tussen ons instaan, duwden ons naar de stoeprand. Ik werd bang en boos en vloekte. Fiets vond dat we het opnieuw moesten proberen. Samen konden we ze wel te baas. Geen vergissing bleek zo groot.
Ja, ik beken. Ik werd ontrouw. Ik ging steeds liever alleen op stap, zonder mijn trouwe tweewieler. Dan kwamen de stoepranden niet meer op me af, moest ik niet meer behoed zijn op vele late pinkers, moest ik niet meer wijken, moest ik niet meer starten-stoppen-starten-stoppen. We groeiden uit elkaar. Ik liet hem in de steek.

Roest
Maar soms, op een onbewaakt ogenblik, waag ik het nog eens. Dan rijden we samen de berg af. Heerlijk! Tot we weer geplet worden op de Kapucijnenvoer. En als het daar nog niet gelukt was, proberen de grote kolossen het in de Brusselsestraat nog een keer. Of in de Bondgenotenlaan. Of op het Foch, dat niet meer het Foch mag heten. Leuven, dé place to be voor elke fietsofiel? Nee. De stad dreef ons uit elkaar. En als de stad het niet deed, dan was het de tijd wel. Want hoe je het ook draait of keert: oude liefde roest.

1 thought on “Column: Oude liefde roest”

  1. Ik begrijp je verzuchtingen. Probeer al zeven jaar lang alle overbodige – en dat zijn de meeste – bussen uit Leuven-centrum weg te krijgen.
    Hieronder een van mijn vele brieven aan het stadsbestuur over dit onderwerp.

    Aan: De burgemeester van Leuven
    De schepenen van Leuven
    De gemeenteraadsleden van Leuven
    Mevrouw Ingrid Lieten, Directeur-generaal De Lijn
    De heer Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit
    Mevrouw Kathleen Van Brempt, Minister van Mobiliteit
    Kopie: de Politie van Leuven
    Kopie: de Rechtbank van Leuven

    Mijn ref: Fietsers Buitenspel 7

    Kessel-Lo, 12 december 2006

    Geachte heer, geachte mevrouw,

    Plaats van het gebeuren: Maria Theresiastraat, een stukje vóór het verkeerslicht bij de Blijde Inkomststraat als men van het station komt.
    Tijdstip: donderdag 7 december jongstleden, rond 10 u. in de voormiddag.

    Het gebeuren zelf:
    Ondergetekende reed met zijn fiets in de Maria Theresiastraat richting Naamse Poort, normaal rechts houdend, laten we zeggen met mijn wiel een halve meter van de rechterrand van de weg. Het regende en waaide hard en de helgele poncho die ik droeg flapperde navenant.

    Ruwweg een vijftigtal meter voor het genoemde licht, dat op rood stond en waarvoor minstens één wagen stilstond, werd ik door een bus van De Lijn met plaatnummer DEQ-006 ingehaald.
    Dit leek mij nogal overbodig wegens de nabijheid van het rode licht, waarvoor sowieso gestopt moest worden. Er was geen tegenverkeer, er was geen rijdend voertuig voor ons, het was dus rustig.
    Toen deze bus mij half voorbij was week hij plotseling scherp naar rechts af alsof ik geen rijdende fietser was – ca 15 km/u met al die tegenwind – maar een stilstaande hindernis.
    Een excursie van dit kaliber wordt doorgaans afsnijden of in de kant drukken of beter nog: van de weg af rijden genoemd.

    Om mijn kansen op een levend voortbestaan heel te houden moest ik mijn remmen ‘dichtgooien’, onmiddellijk de stoeprand opzoeken, naar rechts kantelen en met mijn rechtervoet steun zoeken op het trottoir.
    De bus eindigde zijn nieuwgekozen traject stilstaand met de rechterwielen op 25 à 30 centimeter van de rechterrand van de rijweg. Hindernis opgeruimd, onnodig dus om er nog plaats voor te laten.

    Onmiddellijk nadat ik van de schrik bekomen was ben ik de bus links voorbij gesprint tot aan de bestuurdersplaats en heb stevig op de ruit geklopt.
    Omdat mevrouw de chauffeur het niet de moeite vond deze open te schuiven heb ik mij beperkt tot het roepen van het welgemeend advies, dat zij alleen moest inhalen als dat veilig kon.

    Einde van het gebeuren.

    Had ík even geluk, dat ik nogal goed met een fiets overweg kan in noodsituaties. Was onze burgemeester in mijn plaats geweest, op weg naar Kyoto bijvoorbeeld, dan zou hij daar wellicht nooit aangekomen zijn en hadden we hem beslist een paar maanden of misschien wel voor altijd moeten missen.

    Elke Leuvense fietser weet al, dat De Lijn van dit soort exploten haar specialiteit heeft gemaakt, maar deze keer tartte het elke verbeelding.
    Dat mevrouw de chauffeur het niet nodig achtte, haar raampje open te schuiven en minstens excuses te maken, doet veronderstellen, dat zij het gebeuren het vermelden niet waard vond. Gewoon een geval van collateral damage, ondergeschikt aan het hoger doel, dat De Lijn nastreeft, namelijk zo veel mogelijk bussen zo vol mogelijk ongehinderd over zoveel mogelijk wegen van dit land en door zoveel mogelijk straten van onze steden te sturen, want dit is goed voor ons.

    Was het niet de bedoeling van de fietspadloze busdoorgangsstraten van dit vlekje Leuven, dat het langzaam verkeer het snelverkeer wat zou intomen? Menging van verkeersdeelnemers, zoals dat zo mooi heet.
    Wel, De Lijn heeft het zo niet begrepen, want dan komt haar timing in gevaar en dan zouden haar klantjes weleens de fiets kunnen nemen om op tijd op hun bestemming te komen en dit komt een overheidsmanager van het jaar niet zo goed uit…
    Als Leuven er – ondanks het fietsstalverbod en te weinig fietsenstallingen – niet in slaagt, de fietsen de stad uit te jagen, dan zullen wij er ons persoonlijk mee bemoeien, lijkt het devies te zijn.

    Herinnert u zich Het Laatste Nieuws van 15 november jongstleden nog?

    Bussen van De Lijn veroorzaken verkeerschaos op hoek Kapucijnenvoer en Brusselsestraat in Leuven, kunnen wij op p. 10 lezen. Bussen rijden paaltjes krom. Luifel van bloemenwinkel meegesleurd. Een wonder dat er nog geen zwaargewonden vielen. Uitbater van Café Tropical: “Ik hou mijn hart meerdere keren per dag vast. Sommige bussen hanteren de wet van de sterkste: iedereen moet wijken”.
    De Lijn heeft hierop het volgende antwoord: “Voorlopig moet iedereen zich zo hoffelijk mogelijk gedragen en zich zo weinig mogelijk opwinden”.

    Aan volksopvoeding doet De Lijn dus ook al. Die hoffelijkheid lijkt zij vooral van haar slachtoffers te verwachten.

    Als u een van de komende maanden een vijftiental bussen brullend of tandwielknarsend door de Bondgenotenlaan ziet kruipen achter een fietser die koppig twee meter van de stoeprand verwijderd blijft, dan is deze laatste waarschijnlijk ondergetekende, die voor zijn eigen ongeschonden voortbestaan aan het zorgen is, aangezien de lokale overheid dit niet kan garanderen.
    Dit gaat waarschijnlijk niet goed aflopen. Ik zal daarom een aanvraag indienen tot het monteren van een opwindbaar boordkanon op mijn bagagedrager.
    Vergeet u ondertussen niet, efficiënte maatregelen te nemen om de levens van die tienduizenden andere fietsende Leuvenaars in de Leuvense straten te beschermen?

    Hierbij is duidelijk wat hulp nodig, want het blijkt moeilijk te zijn.
    Voor een stad, die er zijn hand niet voor omdraait om een algemeen fietsstalverbod uit te vaardigen, zonder dat er voldoende stallingen zijn om dit verbod te kunnen naleven, kan het geen probleem zijn om de fietsers in de busdoorgangsstraten een fietsstrook van minstens 2 m breed te geven – liefst afgebakend met een ribbelstrook – die door ander verkeer gebruikt mag worden als er geen fietsers zijn, maar die bij elk inhaalmaneuver geheel vrijgelaten moet worden.
    Of anders maar meteen een algemeen verbod voor bussen om fietsers in te halen, want ze zullen het nooit leren.
    Pas dan kan men met enig recht spreken van mengen van verkeer, in tegenstelling tot het wegdruksysteem, dat nu heerst. Mengen betekent namelijk dat de snelste zich aanpast aan de langzaamste. Met bussen die koppig hun 50 km/u willen aanhouden, lukt dit dus niet.

    Het zou best eens kunnen dat De Lijn dan ineens heel snel de Leuvense ring gaat ontdekken en alleen bussen de stad in stuurt, die er echt moeten zijn.

    Tenslotte mag men ook en vooral niet vergeten dat het mengen van fietsen en bussen, zoals dat in Leuven gebeurt, vele malen gevaarlijker is voor de fietsers dan het mengen van fietsen en voetgangers voor voetgangers is.
    .

    Met vriendelijke groeten,
    Karel de Graaff, Kessel-Lo

Laat een antwoord achter...

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s